Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Arnon Grunberg: 'Als je zegt: “God is almachtig en altijd goed”, dan kom je in problemen.'

12 april 2021 · Leestijd 5 min

Arnon Grunberg wilde graag met Tijs van den Brink een ‘Adieu-God?-gesprek’ hebben, maar dan wel in een moskee. En aldus gebeurde.

Arnon verklaart in het gesprek meteen ook maar zijn keuze voor een moskee: ‘Omdat ik van de drie monotheïstische religies het minst weet van de islam en ook omdat islam een religie is en geen ideologie zoals vaak heden ten dage wordt beweerd. Omdat deze religie een plaats heeft in Nederland en dat er geen verschil zou moeten zijn of je nu een christelijke Nederlander, een joodse Nederlander, een hindoeïstische, atheïstische of islamitische Nederlander bent.’

Ruzie met God

Arnon is geboren in Amsterdam uit Duits-Joodse ouders. Zijn moeder overleefde Auschwitz en zijn vader zat ondergedoken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat liet z’n sporen na, zozeer dat sommigen het etiket getraumatiseerd op het gezin zouden plakken. Dat is een etiket dat ik er zelf niet op zou plakken. Maar de oorlog speelde natuurlijk wel een rol. Het gezin leefde onder spanning.’

Hoewel zijn vader agnost werd, hield zijn moeder de joodse tradities in ere. ‘Ik ben heel erg opgevoed met rituelen. We aten koosjer en ik ging al vrij jong elke zaterdag naar de synagoge en kreeg vijf uur joodse les per week.’

Geloofde je moeder in God?

‘Mijn moeder heeft weleens gezegd dat ze vasthield aan de traditie. Ik denk dat ze God niet helemaal vertrouwde. Ze wilde ook niet dood, want ze vertrouwde het paradijs nog niet. Omdat ze bang was na de dood weer nazi’s tegen te komen. Dat heeft ook wel indruk op mij gemaakt. (…) Het was eigenlijk op de manier van Job. Ze maakte ook ruzie met God. Ze was boos op God.’

Volgens Arnon is hij heel vrij opgevoed: ‘Ik ben op fundamentele momenten vrijgelaten en onder al die onvolmaaktheden, al die trauma’s, ik heb even geen ander woord, was er wel een soort onvoorwaardelijkheid. Mijn ouders zouden mij als kind nooit verwerpen.’

Lees ook: Jan Terlouw in Adieu God?: ‘Ik weet niet zeker of God niet bestaat’
Lees ook: Jan Terlouw in Adieu God?: ‘Ik weet niet zeker of God niet bestaat’

Abstract

Geloofde je zelf in God als kind?

‘Nee, eigenlijk nooit heel heftig. De rituelen waren belangrijk. (…) In de synagoge deed ik met de gebeden mee. Maar voor mij was het belangrijk dat je het góed deed. Dat de uitspraak goed was. Iets heel technisch.”

Voor Arnon was God abstract, een idee. ‘Maar misschien is dat ook wel heel erg joods. Ik kan me nog herinneringen dat een van de rabbijnen ook zei: “Doe gewoon maar de rituelen, de intentie komt later wel.”’  

En dat is er bij jou nooit gekomen?

‘Het is maar hoe je God definieert. De echte liefde voor God was te abstract. Maar je kan ook zeggen God is het woord… Of God is de liefde voor waarheid uiteindelijk.’

Na Auschwitz zeiden veel mensen: dit bewijst dat God niet bestaat.

‘Je kunt je natuurlijk ook afvragen: is God altijd goed voor de mensen? Als je zegt: God is almachtig en altijd goed, dan kom je in problemen. En daar moet je een oplossing voor vinden. Die gaan we vandaag in dit gesprek niet vinden, maar het is wel een heel belangrijk probleem dat mij ook zeker bezighoudt.’

Dan houd je toch rekening met God als een wezen…

‘Als gedachte-experiment. Want die sprong kan ik niet maken. (…) Ik kan niet geloven in een traditionele voorstelling die gemaakt wordt van God als een almachtig wezen.’

Worsteling

Heb je weleens geprobeerd om die sprong te maken?

‘Mijn hele leven is een poging. Mijn relatie met mijn voorstelling van God is een individuele relatie. Je zou bijna kunnen zeggen een geheime relatie. Mijn voorstelling van dat idee, dat dat een woord kan zijn of wat literatuur kan zijn, houdt in dat ik voortdurend spring. Maar als ik terug moet naar de idee van de georganiseerde religie… (…) Die relatie die ik heb, is zo individueel dat ik daar geen gemeenschap voor nodig heb, dat die gemeenschap mij zelfs hindert.’

Zijn er normen waaraan je voor jezelf moet voldoen?

‘Ja, maar het moeilijke is dat er zelfs situaties zijn waarop je ook de tien geboden kan overtreden. Waar de verplichting bestaat dat je die moet overtreden.’

Iedereen doet wel eens verschrikkelijke dingen, maar wil dat geheimhouden. Jij schrijft openlijk over wat je allemaal doet. Bijvoorbeeld dat je je moeder weleens geslagen hebt. Waarom?

‘Die worsteling vind ik heel erg belangrijk. Als je het hebt over het doel van het leven is dat wat ik aan de oppervlakte wil brengen. Die worsteling ik wil tonen. Dit is wat de mens is: onvolmaakt. Maar dat is ook geen eindpunt.

Voordat we de mensen gaan verdelen in goede en kwade mensen, goede en slechte daden, moeten we onderzoeken: wie zijn die mensen eigenlijk? Wij zijn God niet. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Dat is een belangrijke uitspraak die veel te weinig serieus wordt genomen.’

Volgens Arnon gaat het uiteindelijk ook niet om ‘goed’ of ‘slecht’. ‘In deze omstandigheden zijn we keurige, goede, lieve nette mensen. Fantastisch. Maar veronderstel dat wij in andere omstandigheden zitten. Wie zouden we dan zijn? Ik kan daar voor mezelf geen antwoord op geven.’

Het hele gesprek met Arnon Grunberg is te zien in Adieu God? op maandag 12 april om 23.20 op NPO 2. Je kunt het daarna via deze link bekijken.

Geschreven door

Lazarus Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks de laatste blogs en artikelen van Lazarus Magazine

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.