Ga naar submenu

‘Bekrompenheid is niet per se iets christelijks, het is iets menselijks’

19 juli 2021 · Leestijd 5 min

Anne kreeg het benauwd van ‘de waarheid’ van christenen. Maar bij de ‘vrije denkers’ die ze ontmoette, stuitte ze op hetzelfde zwart-witdenken… Wat is er dan nodig om bekrompenheid te vermijden?

Bekrompen. Dat was wat ik van christenen vond. God bestaat, de hemel is voor ons en abortus is duivels. Geen discussie mogelijk. Ze wisten precies wat goed en slecht was, wat waarheid en leugen was, wat liefde was en wat niet. We waren met z’n allen dichtgetimmerd in een hokje van vastgeroeste overtuigingen. Benauwd kreeg ik het ervan. Jezus was een timmerman maar was dit zijn kunstwerk? Dichtgetimmerde mensen?
Door de jaren heen waren mijn ouders bij verschillende christelijke denominaties aangesloten, van gereformeerd tot evangelisch. In elke kerk was keer op keer iedereen ervan overtuigd dat zij de waarheid bezaten. Maar als iedereen dat dacht, wie had het dan echt? Ik begon sterk mijn twijfels te krijgen bij een wereldbeeld waarbij wij met ons clubje als enige ‘de Waarheid’ bezaten en de rest naïef en onwetend was.

Schijn-ruimdenkendheid

Ik klauterde daarom langzaam uit mijn hokje naar buiten. Ik was nieuwsgierig naar andere meningen, discussies en overtuigingen. Op de universiteit leek ik het gevonden te hebben. Deze progressieve mensen durfden buiten de hokjes te stappen: ze waren atheïst, pro-abortus en voor fulltime werk naast het moederschap. Het voelde voor mij als het walhalla van ruimdenkendheid. Maar al snel begon het erop te lijken dat die ruimdenkendheid toch erg beperkt was.

Twee keer kreeg ik van verschillende docenten te horen hoe belachelijk ze het vonden dat ik de naam van mijn man had aangenomen. Ik merkte dat op veel ethische kwesties al het ‘juiste’ antwoord was geformuleerd. Daarbij kreeg ik steeds vaker (in)direct te horen dat een weldenkend of intellectueel mens niet in God kon geloven. Hetzelfde zwart-witdenken dat ik in de kerk gewend was, was ook hier.

Op andere plekken merkte ik hetzelfde. Ik ontmoette spirituele of vrije denkers die zichzelf de ruimdenkendheid zelve beschouwden. Zij keken niet zo bekrompen tegen ethische vraagstukken aan als christenen. Maar dat viel vies tegen. Hun overtuigingen voelden net zo beklemmend als de zwarte kousen van mijn oma. De minachting en hoogmoed droop ervan af als ik een andere kijk op een standpunt gaf of liet weten dat ik christen was. Al snel kwamen de muren op mij af. Ik was in een ander hokje gestapt. Deze keer met andere overtuigingen maar net zo dichtgetimmerd als de rest.

Geen twijfel mogelijk

Het was voor mij duidelijk: ruimdenkendheid wordt dus niet zozeer bepaald door het geloof dat je aanhangt of het (progressieve) standpunt dat je inneemt, maar door jouw openheid naar een ander toe. Je kunt pro-abortus zijn en veel minder ruimdenkend zijn dan iemand die tegen abortus is. Bekrompenheid is dus niet per se iets christelijks, maar iets menselijks.

Ik snap dat maar al te goed. Ik heb mij zo vaak onzeker en ongemakkelijk gevoeld als ik twijfelde aan de geschetste kaders. Het comfortabele en veilige van een hokje lokte me. Het voelt soms heerlijk om in een bubbel te zitten met gelijkgestemden.

Verbinding tussen hokjes

Toch geloof ik niet dat we hiermee de verbinding bereiken waar we ten diepste naar verlangen en voor gemaakt zijn. Ik verlang naar echte verbinding: niet in hokjes waarin je het allemaal met elkaar eens bent, maar verbinding tussen hokjes door het gesprek aan te gaan.
Volgens Shane Snow, een wetenschaps- en bedrijfsjournalist die menselijk gedrag onderzoekt, is ‘intellectuele nederigheid’ (intellectual humility) de meest essentiële eigenschap die je hierin nodig hebt. Intellectuele nederigheid betekent dat je ervoor openstaat om van gedachten te veranderen en tegelijkertijd ook het onderscheidingsvermogen hebt om te weten dat je moet vasthouden aan de koers die je volgt. Hierbij zie je nieuwe informatie of andere standpunten als een kans om iets te leren in plaats van als een bedreiging.

Een uitroepteken of een vraagteken?

Ik las een mooie metafoor in het boek ‘Ik ga leven’ van Lale Gül. Daarin schetst ze het verschil tussen haar ouders die beiden gelovig zijn, maar allebei op een andere manier: Moeder is een uitroepteken, Vader soms een vraagteken. Een vraagteken is een uitroepteken dat onzeker naar beneden kijkt of hij op de goede plek staat. Of hij zich niet op glad ijs bevindt. Als hij zich van die onzekerheid bevrijdt, wordt het ook een uitroepteken.
In onze samenleving, en ook in het christendom en andere religies, worden vaak vooral de uitroeptekens aangemoedigd. Maar ik wil je aanmoedigen om jouw twijfel en onzekerheid te omarmen. Om de controle over te geven en om open te staan om te leren. Om intellectueel nederig te blijven.

We schijnen de neiging te hebben om onszelf ruimdenkender te beoordelen dan we daadwerkelijk zijn. Deze test helpt je om het onafhankelijk te beoordelen. Dus ben je nieuwsgierig of je meer een uitroepteken bent of een vraagteken? Doe dan de test om jouw intellectual humility te meten.

Geschreven voor Lazarus door

Anne van Veen

Lazarus Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks de laatste blogs en artikelen van Lazarus Magazine

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.