Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Hoe God Christine elke ochtend een fijne dag wenst

18 juni 2021 · Leestijd 3 min

Elke dag worden Christine en haar dochter vriendelijk glimlachend gedag gezegd door een man die ze niet kent. Een klein gebaar dat haar meer doet dan ze had verwacht…

‘Goedemorgen! Fijne dag!’ De eerste keer dat ik deze vrolijk zwaaiende man tegenkwam, had ik niet door dat hij het tegen mij had. Verdwaasd keek ik om te heen en zei ik een mompelend ‘hallo’ terug. Na 2 á 3 keer begon ik het me te dagen: deze meneer zwaait iedereen elke morgen gedag!

Inmiddels is hij een vast gegeven. Elke morgen als ik mijn dochter naar school fiets, komen we door een drukke straat met een moskee en een middelbare school. Aan de overkant op de brede stoep zit de man van middelbare leeftijd met een baard en een glimlach van oor tot oor op een stoel. Vaak met een sigaar bij de hand en soms een boek op zijn schoot, waar hij volgens mij geen letter in leest, want hij zit daar voor iets heel anders.

Glimlach en opgestoken hand

Deze meneer wenst iedereen die voorbijkomt met een glimlach en een opgestoken hand een prettige dag. Hij zit er alleen in de ochtend. Zou hij daarna naar zijn werk gaan? Het is een gezonde, normale man om te zien. Gewoon iemand zoals jij en ik. Zeker weet ik het niet, want ik heb hem nog nooit durven aanspreken. Bovendien heb ik daar geen tijd voor: ik moet doortrappen, juffie wacht op ons. Ik moet het dus doen met mijn zelfgemaakte beeld van hem. Ik stel me zo voor dat hij dit tot zijn taak heeft gemaakt. Het doet hem duidelijk goed. En: hij heeft er veel voor over. Zelfs toen het vroor, zag ik hem er eens zitten - de sneeuw had zijn baard witgekleurd.

Maar er zijn ook momenten dat hij er niet zit. In de lange straat tuur ik dan in de verte of ik hem al zie zitten, maar nee… Hij is er niet. Dan zijn we een beetje beteuterd. Zou er iets met hem zijn? Gelukkig zit hij er de volgende dag dan gewoon weer.

Mijn dochter en ik genieten van elke keer dat we langs hem rijden. Zij zit achterop, ik geef een kneepje in haar been: ‘Die meneer zit er weer, zullen we weer zwaaien?’ Inmiddels durft mijn ietwat verlegen dochter de meneer uitbundig te begroeten. We weten niets van elkaar, maar er is herkenning. Hij noemt mij inmiddels buurvrouw. Wij rijden met een glimlach weer verder.

Hoe eenvoudig kan het zijn

Elke keer dat ik deze meneer tegenkom op mijn pad doet het me goed. En ik vind hem inspirerend. Hij heeft een plek ingenomen, een taak bedacht die hem goed ligt en die hij vol overgave doet. Een taak die hem bovendien goed doet en waar hij duidelijk andere mensen blij mee maakt. Hoe eenvoudig kan het zijn? Is dit nu wat er wordt bedoeld met: doen wat je hand vindt om te doen? Doen wat er in je vermogen ligt? Of is het nog eenvoudiger? Gewoon er zijn en anderen zien. En dat dat genoeg is.

Deze morgen op de terugrit, als ik net weer door zijn sigarenwolk ben heengereden en hij mij voor een tweede keer ‘Fijne dag, buurvrouw’ wenst, besef ik ineens dat het God is die daar op die stoel zit. Ik voel een traan over mijn wang rollen.

Geschreven voor Lazarus door

Christine Raven

Lazarus Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks de laatste blogs en artikelen van Lazarus Magazine

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.