Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Hoe Rob de weg vindt naar het hart van Bert, een 70'er met dementie

22 juli 2021 · Leestijd 5 min

Rob leerde de laatste tijd een bijzonder mens kennen: Bert, een 70'er met dementie. Het blijkt een man met twee gezichten: soms lief en soms razend van woede. Bij toeval vindt Rob op een dag de sleutel naar Berts hart.

November 2020. Half acht ’s ochtends. We lopen over een lange gang met deuren. ‘Hier woont Bert’, fluistert mijn collega, terwijl ze me de kamer in loodst. ‘Hij kan heel boos worden, maar hij is vooral een hele lieve man.’ Ze trekt de deur achter mij dicht en ik kijk de sober ingerichte seniorenkamer rond. De gordijnen zitten dicht, maar links ontwaar ik een bed, rechts een bank. Bert slaapt. Zijn ademhaling is zacht en regelmatig. Er hangen foto’s aan de muur. Een knappe vrouw met een stralende glimlach aan het roer van een klassiek zeiljacht. In de hoek van de kamer staat een gitaar die een paar snaren mist. Een enorme deuk ontsiert de muur en het blad van de ronde eettafel hangt uit het lood.

Dat hij in zijn radeloosheid boos kan worden, zal ik de komende maanden gaan ervaren. Maar bovenal zal ik een prachtig mens leren kennen.

'We dachten dat hij overspannen was'

‘Dag Bert, ik heet Rob. Heb je lekker geslapen?’ Bert kijkt me vriendelijk onderzoekend aan. Hij doet me denken aan Bram van der Vlugt, de enige echte Sinterklaas. Misschien dat ik hem daarom direct mag.

‘Capman, one-two-three en de capman. One-two-three’. Bert kijkt erbij alsof hij net iets volkomen logisch heeft gezegd. Ik weet niet hoe ik moet reageren. ‘Wat bedoel je daarmee, Bert?’ ‘Capman.’ Benadrukt hij. ‘Capman, one-two-three.’

Die dag leer ik ook Berts vrouw Marry kennen. Een fitte zeventiger met een blonde paardenstaart die volop in het leven staat. Ze vertelt met passie over hoe goed zij en Bert het samen hebben gehad. Samen bladeren we door de fotoalbums van eindeloze zeilzomers op de Waddenzee. En toen diende Berts ziekte zich aan. ‘We dachten eerst dat hij overspannen was. Maar het werd steeds erger. Het ging niet meer thuis. Hij liep weg of ramde in zijn wanhoop de deurposten uit de muur.’ 

Sprekende ogen

Bert weet niet meer hoe Marry heet, maar elke ochtend als zij koffie komt drinken, redden zijn prettige charme en oog voor vrouwelijk schoon hem. Met een betekenisvol knikje naar de vrouw die net is binnengekomen zegt hij tegen mij: ‘Wat een mooie vrouw!’

Berts ogen spreken. Ze twinkelen speels als hij een grapje maakt, staren zoekend in het niets of zijn wijd opengesperd van angst en razernij. Zijn blik vertelt van zijn verdriet; hij en zijn ex-vrouw verloren hun dochtertje. En van de eenzaamheid van zijn ziekte die hem opgesloten heeft in zijn eigen universum.

Luikje naar een ver verleden

Waar taal hem in de steek laat, biedt muziek een uitweg. Daar kom ik achter als ik op een dag m’n gitaar van huis meeneem en aan de tafel bij het raam een eenvoudig bluesschema speel. Bert tikt direct met zijn vingertoppen mee met het ritme. Als ik de oude mondharmonica die op zijn kamer slingert naar hem toeschuif, pakt hij deze op en bekijkt het instrument van alle kanten. Dan gaat er een luikje uit een ver verleden open. Hij brengt de harmonica naar zijn mond en speelt. Eerst zoekend, zachtjes, alsof hij in de coulissen staat in te spelen. Dan gaat hij los.

Er gaat geen dag bij Bert voorbij zonder dat we samen muziek maken. Veelzeggende titels als ‘Yesterday’, ‘Everybody Needs Somebody To Love’ en ‘Miss You’ van de Stones. Maar dat ene nummer steekt er met kop en schouders bovenuit. Melancholisch, vol hunkering naar de overkant, naar vroeger. Bert speelt het met alles wat hij in zich heeft. Zijn lichaam wiegt hij mee op het ritme, zijn handen om de harmonica geklemd.

He says ‘Son can you play me a memory?
I’m not really sure how it goes.
But it’s sad and it’s sweet and I knew it complete,
when I wore a younger man’s clothes’.


Heel even is zijn seniorenkamertje met dat eenvoudige bed, bank en tafeltje een universum op zich. Ontdaan van de zwaartekracht van gemis en verdriet. Samen zweven we door de ruimte. Ogen dicht, lach op het gezicht. Dankjewel, Billy Joel voor ‘Piano Man’. Dankjewel, Bert. Voor wie jij bent. 

Rob zet zich vijf maanden per jaar in als vrijwilliger voor kwetsbare vluchtelingen in Griekse kampen en als schipper op een reddingsboot op de Middellandse Zee. In Nederland werkt hij onder meer met dak- en thuislozen en is hij persoonlijk verzorger van Bert, een zeventiger die lijdt aan vasculaire dementie en in een woonzorgcentrum woont. 

Geschreven voor Lazarus door

Rob Timmerman

Lazarus Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang wekelijks de laatste blogs en artikelen van Lazarus Magazine

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.